Als EP-adviseur weet je dat de energiewereld nooit stilstaat. Om je vakbekwaamheid te behouden, ben je op basis van de beoordelingsrichtlijn BRL 9500 verplicht om jaarlijks een bijscholing te volgen. De EP-examencommissie en InstallQ hebben de Eindtermen EP bijscholing 2026 (versie 3.0) definitief vastgesteld en daarop is het Bijscholingslesmateriaal opgemaakt en geaccrediteerd.
Wat is de BRL 9500?
Dit staat voor Beoordelingsrichtlijn 9500. Dit is de beoordelingsrichtlijn waaraan een energieadviseur en het gecertificeerde bedrijf moeten voldoen om energielabels te mogen registreren.
In deze uitgebreide blog zetten we alle wijzigingen, aangescherpte interpretaties en nieuwe rekenmethodes uit de NTA 8800 en de nieuwe opnameprotocollen (ISSO 75.1 en ISSO 82.1, 7e druk) nog even overzichtelijk voor je op een rij. Zo ben je in één keer volledig up-to-date!
1. Strengere marges & dossieropbouw (BRL 9500 & ISSO Algemeen)
Nauwkeurig werken wordt in 2026 nog strenger gecontroleerd. De marges voor afwijkingen tijdens een audit of controle zijn namelijk flink verlaagd:
- Gebruiksoppervlakte (GO): De toegestane marge ten opzichte van de BRL 9500 (berekend conform de opmeetnorm NEN 2580) is verlaagd van 5% naar 3%. (GO staat voor de totale vloeroppervlakte van een gebouw die daadwerkelijk gebruikt kan worden).
- Oppervlakte constructies: De marge voor het berekenen van bijvoorbeeld muren en daken is gehalveerd van 10% naar 5%.
- Bewijsvoering: Er zijn strikte richtlijnen opgenomen voor het door derden laten opmeten van een gebouw, het opstellen van plattegronden en de eisen aan een integrale (volledige) video-opname.
- Sancties: De adviseur moet exact weten wanneer zijn vakbekwaamheid kan worden ingetrokken op basis van de criteria uit paragraaf 10.3 en de zogenaamde 'gele vlaggen' (waarschuwingen bij fouten).
2. Nieuwe parameters op het energielabel (Schematisering - H6)
Het energielabel krijgt een vernieuwde lay-out en toont gloednieuwe indicatoren:
- Operationele CO2-emissie: Dit geeft de werkelijke hoeveelheid CO2-uitstoot aan die het gebouw uitstoot tijdens het dagelijks gebruik (door bijvoorbeeld gas- of elektraverbruik).
- WLC-GWP-uitkomst: Dit staat voor Whole Life Carbon - Global Warming Potential. Dit is een cijfer dat de totale milieubelasting en het opwarmingsvermogen van de gebruikte bouwmaterialen over de gehele levensduur van het gebouw weergeeft.
- Herlabelen: Er is nu duidelijke regelgeving over wanneer een gebouw verplicht opnieuw gelabeld moet worden, zoals bij het plaatsen van zonnepanelen of het vervangen van een cv-ketel voor een (hybride) warmtepomp.
- Nieuw beslisdiagram voor garages: Een handig stappenschema waarmee je foutloos bepaalt of een garage een 'sterk geventileerde ruimte' (telt niet mee als verwarmde zone) of een 'overige ruimte' is.
- Recreatiewoningen: Er is vastgelegd wanneer vakantiewoningen onder de woningbouw- (W) of utiliteitsmethodiek (U - zoals hotels/logies) vallen.
- Specifiek voor Utiliteit: Er zijn nieuwe richtlijnen voor de toewijzing van niet-geklimatiseerde verblijfsruimten en de specifieke gebruiksfunctie van een dierenarts of dierenkliniek.
3. Bouwkundige constructies & kelderbegrenzing (H7 & H8)
- Kelderwaardering: Er is een glasheldere grens getrokken: een onverwarmde kelder is geen kruipruimte. De definitie van een kelder is hiertoe aangescherpt.
- Rieten daken en gevels: De warmtegeleidingscoëfficiënt (de mate waarin een materiaal warmte doorlaat) van riet is gewijzigd. Ook gelden er specifieke regels voor rieten gevels en zijwangen.
- Zonwering: Er gelden nieuwe forfaitaire waarden voor zonwerend glas en folie. (Forfaitair betekent: vaste standaardwaarden die je mag gebruiken als de exacte fabriekswaarden onbekend zijn). Ook het opnemen van lamellen voor ramen (al dan niet in combinatie met een overstek of belemmering) is vernieuwd.
- Spouwdikte: Er moet verplicht gebruik worden gemaakt van een geheel nieuwe tabel met richtlijnen om de dikte van de spouw (de ruimte tussen de binnen- en buitenmuur) te bepalen.
- Specifieke interne warmtecapaciteit: Dit is het vermogen van een rekenzone (de muren en vloeren van het gebouw) om warmte op te slaan (ook wel thermische massa genoemd). Zware materialen zoals beton slaan veel warmte op, waardoor een gebouw in de zomer koeler blijft. De bepaling hiervan kent in 2026 nieuwe regels bij vloeren met een lichter plafond, schuimbetonvloeren en hout-betonvloeren.
- GACS (Alleen voor Utiliteit): Dit staat voor Building Automation and Control Systems (Gebouwautomatiseringssystemen). Je moet deze systemen kunnen herkennen en toetsen aan klasse B of C via de checklist van de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).
4. Installatietechniek: warmtepompen, ventilatie & opslag (H9 t/m H16)
- Warmtepompen: Invoer vindt plaats conform de nieuwe tabel 9.28 uit de NTA 8800, inclusief regels voor elektrische bijstook en het onderscheid tussen individuele en collectieve (gezamenlijke) bronnen.
- Biobrandstoffen: Bij ketels en kachels op biobrandstof (zoals pelletkachels) is het onderscheid tussen handmatig of automatisch gestookt volledig vervallen.
- Leidingisolatie en de 90%-regel: Voor het inspecteerbare deel van distributieleidingen (voor verwarming, koeling en warmtapwater) geldt nu een strikte 90%-regel voor isolatie om warmteverlies tegen te gaan.
- ZR-roosters (Zelfregelende ventilatieroosters): Er zijn nieuwe regels voor de situaties waarin de open productoppervlakte van het rooster onbekend is, en voor CO2-meting en zonering in eenkamerappartementen.
- Drukverschil (Delta p / $Delta p$): Dit symbool staat voor het verschil in luchtdruk dat nodig is om ventilatiesystemen goed te laten werken. De regels rondom de aansturing hiervan bij roosters zijn aangescherpt.
- LBK's (Luchtbehandelingskasten): Bij grote ventilatiesystemen (LBK's groter dan 1.000 m³ per uur) moeten luchtkanalen die buiten de thermische (geïsoleerde) zone lopen, verplicht worden opgenomen.
- Energieopslag: Je moet als adviseur zowel elektrische opslag (accu's/batterijen) als thermische opslag (bijvoorbeeld grote buffervaten voor warm water) op het perceel kunnen bepalen.
- Beschaduwing: Bij zonnepanelen op platte daken moet de beschaduwing ten gevolge van dakranden (inclusief hoogte, afstand en het zichtveld) nauwkeurig worden bepaald.
Ben je gecertificeerd voor de detailopname (voor complexere projecten of nieuwbouw)? Dan krijg je op de toets extra vragen over de volgende specifieke onderwerpen:
- Risico op oververhitting (TOjuli): Het bepalen van het risico dat een woning in de zomer te warm wordt. Dit wordt getoetst conform de eisen van het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het oude Bouwbesluit).
- Ufr-waarde en Uw-waarde: * Ufr: De 'U-waarde' geeft aan hoeveel warmte er verloren gaat. De toevoeging fr staat voor Frame (het kozijn).
- Uw: De w staat voor Window (het gehele raam, dus kozijn + glas samen). Je moet de Ufr-waarde uit kwaliteitsverklaringen kunnen gebruiken om de uiteindelijke Uw-waarde te berekenen. Hoe lager deze U-waarde, hoe beter de isolatie.
- Biobased materialen: Dit zijn natuurlijke, hernieuwbare bouwmaterialen (zoals kalkhennep, vlas of houtwol). Hiervoor zijn de officiële warmtegeleidingscoëfficiënten gewijzigd (tabel E.11) en nieuwe conversiefactoren (omrekenfactoren) toegevoegd (tabel E.5) in de NTA 8800.
- Ventilatieve koeling: Strikte voorwaarden voor het bepalen van de luchtstroom, zoals de maaswijdte en het opnemen van sleufvormige openingen.
Vanaf 1 juni 2026 gaan de wijzigingen conform de 7e druk in. Zie je door de bomen het bos niet meer met al deze nieuwe afkortingen, formules en marges? Geen paniek!
Om alle stof en wijzigingen nog eens rustig op je eigen tempo visueel door te nemen, kun je gebruikmaken van onze handige Bijscholing Replay voor slechts € 17.
Hiermee kijk je de belangrijkste onderdelen en praktijkvoorbeelden terug wanneer het jou uitkomt. Zo ga je 100% voorbereid en vol vertrouwen de opnames tegemoet per 1 juni 2026.